Historiek

De geschiedenis van de molen 'Te Rijst', nu de 'Buysesmolen' genoemd naar de laatste eigenaars, de familie Buysse gaat terug tot voor 1428.
Cornelis De Rave was de eerste gekende molenaar van de 'Buyses' molen. In een document uit 1428 werd hij aangemaand zijn openstaande rekening aan de abdij van Ninove te betalen, die eigenaar was van de molen.

 

In 1432, 1433 en 1447 ondergaat de molen enkele ingrijpende renovatiewerken. Onder andere een nieuwe vang en molensteen worden geplaatst.

 

Uit de periode 1544-1634 zijn nauwelijks archiefgegevens bekend. Vanaf 1634 was Thomas Van der Stockt de pachter.

 

In 1796 worden door Napoleon de kloosters afgeschaft en hun eigendommen verbeurd verklaart. Als gevolg daarvan koopt ene Odeyn uit Gent de molen.

 

Op 12 november 1817 koopt Petrus Joannes Buyse de molen Ter Rijst. De familie Buyse zal tot 1975 eigenaar blijven van de molen, die dan ook de naam Buyses molen krijgt. Petrus Joannes wordt in 1839 opgevolgd door zijn zoon Judocus die het molenaarsbedrijf een grote bloei geeft. In 1858, na het overlijden van Judocus, neemt Karel Marie Buyse de leiding van de molen over, tot aan zijn dood in 1934.

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog draaide de molen nog regelmatig. De Buysesmolen krijgt in 1944 dan ook bescherming als monument. Maar na de oorlog draait de molen nog amper, om in 1949 voorgoed stil te vallen. De laatste molenaar overlijdt in 1950.

 

In 1975 wordt de eigendom overgedragen aan de Belgische staat. Later, in 1980, zal de eigendom overgedragen worden aan de Vlaamse Gemeenschap.

 

Op 14 juli 1976 stort de molen teng gevolge van houtrot in elkaar.

 

In 2003 zet de dienst Cultuur van de gemeente Herzele de procedure op gang om de restauratie van de molen terug op te starten.

 

In 2004 wordt de molen dan uiteindelijk in erfpacht overgedragen aan de gemeente Herzele.

 

In oktober 2007 wordt de bouw van de nieuwe molen aanbesteed en een jaar later, op 21 oktober 2008, verschijnt de molen opnieuw in de Kamstraat.