Molen Te Rullegem

Molenaars:
  • Alain Goublomme:
    alain@goublomme.telenet.be
    (0476) 35 29 29.
  • Johny De Pelseneer:
    johnydepelseneer@telenet.be
    (0495) 53 32 09

Geschiedenis van de houten graanwindmolen 'Te Rullegem'

Zeger, heer van Herzele, stond tijdens de jaren 1379-1384 aan de zijde van de stad Gent in de strijd tegen Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. In 1380 werd Herzele door de grafelijke legers onder de voet gelopen. De burcht, de halle en twee molens (een water- en een windmolen) werden in brand gestoken en verwoest. De goederen van Zeger werden door de graaf aangeslagen. In 1393 wordt de windmolen hersteld door de soeverein-baljuw van Vlaanderen, Gijsbrecht van Leeuwergem, voor de prijs van 308 pond 16 schellingen 10 deniers parisis, zoals kan worden gelezen in de eindrekening van 30 september 1395. Die kostprijs komt in die dagen overeen met ongeveer 2000 daglonen van een ongeschoolde arbeider. De tekst ervan is in het oud-Frans, maar voor de beschrijving van de voor de windmolen gebruikte materialen  worden een aantal Nederlandse woorden gehanteerd zoals cnorhout, wendas, cammen, stropbant, stenreep en prange. De windmolen 'Te Rullegem' en de watermolen 'Herenmeersen' bestonden dus al vóór het jaar 1380.(1) Beide molens werden bijna altijd samen verpacht.

In 1424 wordt de molen vermeld in een renteboek van de kerk van Herzele: “Jeanne Copijns is berent op haar 2,5 dagwant lants op de Molencoutere”. In een leendenombrement(2) uit 1502 lezen we: 'Item soo behoort ten heerscepe van Hersele eenen wintmolen ende eenen watermolen.(3)

In de twintigste penning(4) van 1571, folio 21, staat het volgende opgetekend: 'Joos van den Nieuwenburch is pachter van merVrouwen van Heerzele de cooren wint ende waeter muelen omme 40 heesschelsche zacken tsiaers in ghensche maete 12 mudde en 9 halsters.(5)

In een landboek van Herzele uit de 16de -17de eeuw staat: 'Rullegem. Den voornoemden heere van hersele met den meulenbergh groot vyftich roeden.(6)

En verder:(7) 'Xoffels(8) Scherlippens: Den zelven heere met vyftich roeden daer den meulen op staet west de meulestraete noort oost ende zuyt den zelven heere west oost ghelyck voorseijt ende es groot vyftich roeden.'(9)

Ten behoeve van de Prins van Espinoy, burggraaf van Gent en heer van 'de prochie en vrijhede van Heerzele',wordt op 21 juli 1626 door baljuw, burgemeester en schepenen van Herzele een oorkonde uitgevaardigd waarin zij beloven dat 'wij van nu voorts ane zullen frequenteren ende onderhouden de meulens van t' zelve Heerzele zijne voornoemde Excellentie toebehoorende.' Bovendien 'ooc te doene alle defvoiren ons moghelick zijnde omme te bewillighen ende indusceeren alle andere inzetene van haerlieder graenen frequenteeren ende onderhouden voornoemde meulens.(10)

 

De burcht van Herzele zoals afgebeeld in Flandria Illustrata  van Antonius Sanderus (1644)        

 

De molenaar moest dan wel “goed bescheet” geven en malen “ten zulcken vate” als hem toegelaten was, of, zoals de mulders in het omliggende “volgens den ouden peghel”. De mulder mocht dus niet meer multeren – of scheppen – dan gebruikelijk. Verder beloofden deze heren dat zij anderen er ook zouden toe aanzetten op des Heren Molen te malen. De voorwaarde was dat de molenaar zou “contribueren in alle zettinghe”, dat wil zeggen zijn belastingen zou betalen, zoals hij “vanouds” verplicht was. Dit stuk werd ondertekend door de griffier J. Demets en het zegel van de parochie Herzele werd er aan gehangen “aan een dobbelen steert van perkament”.(11)
Deze akte bewijst dat de molen Te Rullegem eeuwenlang een banmolen was en de inwoners van de heerlijkheid Herzele dus verplicht waren hun graan op de molen van de heer te laten malen, op straf van boeten en verbeurten.

In 1697 krijgt de windmolen een nieuwe kap, die viermaal de jaarlijkse opbrengst kost.(12)

In een leendenombrement(13) van 1709 worden wind- en watermolen beschreven als volgt: 'Item soo behooren ten voorseyden heerscepe eenen wintmeulen ende eenen watermeulen staende binnen de voorseyde heerelijckhede daer alle de ondersaeten ende alle degone die het belieft commen maelen.'  Voor de inwoners van Herzele waren deze twee molens dus 'banmolens' . Zij waren verplicht hun graan op een van beide molens te laten malen.

Ook in een landboek uit de 17de eeuw wordt de plaats waar de windmolen staat beschreven: 'De selven heere met noch vijftigh roeden daer den meulen op staet west de meulestraete noort oost ende suijt de selven heere ende is groot gelijck hiervoren gheseijt 50 roeden.(14)           

Er is een prijzij(15)  van de windmolen 'Te Rullegem' van 30 december 1718(16) bewaard gebleven. Deze prijzij is onderverdeeld in 'cooren wind molen, de prys van den voormolen, het yserwerck en nu den voormolen.'  De afgaande pachter was Charles De Bakker en de aankomende Jacobus Remory. Deze moest aan De Bakker 43 pond 13 schellingen en 8 deniers groten betalen  voor de door De Bakker aangebrachte verbeteringen.  Wij nemen als voorbeeld het onderdeel 'prysy van den cooren wind molen’.

 

Prysy van den cooren wind molen
Alvoren aen den voorn(oemden) windmolen de buis en roede, pestels, lasschen, scheeden ende zoomen geprezen zonder eenig ijzerwerk op xii £ (pond)  vii s(chellingen) vi gr(oten).
Item de binne roede van den zelven molen, pestels, lasschen, scheeden ende soomen als vooren geprezen op ix £ xii s vi gr
Item de molen assche zonder yzerwerck prys viii £ x s
Item het kamwiel van de achtermolen met zyn kammen ende armen prys vi £ xv s
Item het spillen geloop met zyn spillen xvi s viii gr
Item de vange met den vleugel prys 1 £ v s x gr
Item het rinckhout met zyn blokken prys vii s viii gr
Item pasbrugge met het vondel ende ellemstuk te zamen prys  1 £
Item den witten loopenden steen van den achtermolen is dik bevonden acht duimen geeraersbergsche mate ende wyd zes voeten geprezen in advenante van 22 gulden iederen duim ende beloopt het zelve alhier in ponden de somme van xxix £ vi s viii gr
Item den witten liggenden steen van den zelven molen ende gelycke wyde is bevonden 12 duimen en half komt ten advenante alsvoren in ponden ter zomme van xlv £ vxi s viii gr
Item de steenkuipe met hare deksels, tremel, graanbakken, greyhouten ende andere toebehoorten t'samen geprezen op ii £ xv s

 

Uitsnede uit de kaart van graaf De Ferraris uit 1780 waarop de molen Te Rullegem is ingetekend

 

Op 20 vendemiaire jaar XII of 30 oktober 1803 verschijnt in de 'Gazette van Gend'  volgende aankondiging: 'In de herberg het Schepenhuys' van Jan Baptist Bierens teHerzele wordt door notaris Galle te Zottegem publiek verkocht:  'Eenen korenwindmolen te Herzele aen het dorp dit met den molendam en lochting daer tegen groot 19 a 25 ca of 62 roeden, west de Molenstraet, gepacht door Pieter Joannes de Vos voor 507 fr 54 ct of 280 guldens per jaer.'(17)

Volgens het proces-verbaal van afpaling(18) van de gemeente Herzele behoren in 1819 de windmolen Te Rullegem  en de twee watermolens  's Heerenmeersen en Watermolen t' Essche aan baron Josse Charles Clemmen de Peteghem, rentenier te Gent. Waarschijnlijk zal hij dus de wind- en watermolens hebben gekocht.

Op 31 oktober 1831 verpacht baron Clemmen voor zes jaar een groot aantal gronden, huizen en molens te Herzele waaronder het Schepenhuis en de windmolen Te Rullegem met de twee watermolens. De windmolen en de watermolen 's Heerenmeersen werden beide steeds aan dezelfde molenaar verpacht. De tekst luidt als volgt:
'Den molenberg met den logting daer nevens liggende aen de Molenstraet tot Herzele met den windmolen daer op staende palende oost zuid noord de goederen van den heer proprietaris west de straete groot 19 roeden 22 ellen. Verpagt aen Donatus en Franciscus de Raedt, molenaers tot Herzele voor de jaerlyksche pagtsomme van 342 guldens 85 cents.'

Een vorige molenaar op de twee molens was Pieter Joannes de Brauwer want er is een prijzij(19) bewaard gebleven met hem als afgaande en als aankomende pachters Donatus en Franciscus de Raedt, echter zonder datum. De waarde van de windmolen wordt daarin op 302 £ en 9 schellingen groten geschat. De molenmakers die de prijzij opstelden, waren Jan Baptist de Vos van Erwetegem en Francies Theijbaert van Haaltert. In welk jaar Donatus en Franciscus de Raedt de twee molens van Pieter Joannes de Brauwer overnamen, is niet geheel duidelijk. Volgens het bevolkingsboek van Herzele van 1833 was Donatus op dat ogenblik 34 jaar oud en Franciscus 32 jaar. De laatstgenoemde werd op 8 november 1801 te Aaigem geboren. Aangezien de verpachting van 1831 voor zes jaar gebeurde, is het mogelijk dat beiden al vroeger de beide molens bemaalden, want de prijzij draagt geen datum en de prijzen erin zijn uitgedrukt in ponden groten.

Op 6 oktober 1836 worden de beide molens -en ook de watermolen t' Esse- eigendom van Theofiel Maria Gisleen baron Van de Woestijne, die senator en burgemeester van Herzele was en ook het kasteel liet bouwen.(20) Eerder woonde hij in het schepenhuis. Hij was getrouwd met Maria gravin van Liedekerke de Pailhe met wie hij vier dochters had.

 


Foto vooraan op het doodsprentje van baron Van de Woestijne (°Gent 27 maart 1816, †Herzele 26 mei 1878)

 

Baron Van de Woestijne verpacht op 13 november 1855 voor zes jaar, een periode die ingaat op kerstavond 24 december 1855, onder meer 'eenen koorn windmolen met berg binnen Herzele aen de Molencauter sectie A nrs 259a en 260 palende west de straet groot 20 aren'. (21)

 

Molen Te Rullegem zoals ingetekend op de kadasterkaart van Herzele van  PC Popp uit 1860

 

Na het overlijden van baron Van de Woestijne op 26 mei 1878 wordt er een boedelbeschrijving van zijn nagelaten onroerende goederen opgesteld. Deze staat telt niet minder dan 87 bladzijden. Daarin wordt ook de 'windmolen op de molenkouter te Herzele groot 20 aren' vermeld. (22)

In 1905 worden beide molens eigendomsrechtelijk gesplitst. De windmolen ging toebehoren aan de familie du Parc Locmaria.

In 1903 werd de molen gepacht door een zekere Slagmuylder uit Scheldewindeke.
Er wordt op 31 augustus 1907 opnieuw een prijzij van de windmolen opgemaakt. De draaiende werken van de korenmolen toebehorende aan de barones Van de Woestijne worden daarin geprezen door Th. Baerdemaeker, molenmaker uit Velzeke, en dat ten behoeve van de aankomende pachter Valère Backaert. De naam van de afgaande pachter werd niet vermeld. Alles wordt op 3.300 frank geschat.(23)

Al op 27 december 1912 is er opnieuw een prijzij van de windmolen, dit keer toebehorende aan graaf Adelin du Parc Locmaria. (24) De prijzij wordt opgesteld op verzoek van de afgaande pachter Valère Backaert door de molenmaker Constantien Pycke uit Bavegem. De aankomende pachter is Edward de Vuyst. De waarde van de molen wordt geschat op 3.940 fr. (25)

In een nota bij molen Te Rullegem uit 1923(26) staat dat ' de houten molen in 1914 beurtelings werd bezet door Belgische en Duitsche troepen als observatiepost.'

 

Een mooie foto van tussen de twee wereldoorlogen met molen Te Rullegem (foto Clemens V. Tréfois)

 

 

Sfeervolle postkaart van molen Te Rullegem met boerenkar en bonkige kasseien (Van Boxstael, Herzele)

 

Na de Eerste Wereldoorlog werd er nog maar zelden gemalen op de Molen te Rullegem. In 1930 werd Octaaf De Raeve molenaar. In de zomer van 1943 ontving hij zijn laatste klant, Cyriel De Clippel, die voor de prijs van 5 frank 100 kg. haver wou laten pletten.

Na de tweede wereldoorlog vielen de wieken definitief stil. Op 28 mei 1962 werd de molen bij koninklijk besluit beschermd als monument. In 1966 werd de zwaar vervallen molen hersteld, op initiatief van de toenmalige burgemeester en met de financiële steun van eigenaar Graaf Guillaume du Parc Locmaria, de staat, provincie en gemeente. De molen werd aan de buitenkant helemaal opgeknapt. Het gebroken, geklinknagelde gevlucht werd vervangen door eikenhouten pestelroeden. De molenbouwfirma Peel uit Gistel voerde de werken uit. De prijs voor de zo goed als nieuwe molen bedroeg 448.980 frank

Op 7 augustus 1966 werd de gerestaureerde molen feestelijk ingedraaid.  Jerôme de Raeve, zoon van Octaaf, wordt aangesteld tot molenaar. Hij vervult die functie met opmerkelijk veel enthousiasme en kan daarbij voortdurend rekenen op de onnavolgbare steun van zijn vrouw, Victorine Baetens. Deze bijzonder geliefde molenaar overlijdt veel te vroeg in 1979.

Omdat de visie op molenbehoud in de jaren ’70 nog niet zo breed was als tegenwoordig, was bij de eerste naoorlogse restauratie te weinig aandacht gegaan naar de draaiende onderdelen en het maalmechanisme. Twee bijkomende restauraties waren daarom nodig: in 1972 werd de steenbalk vernieuwd, waardoor kruien makkelijker werd, en in 1988 werden vooral verbeteringen aan het maalmechanisme aangebracht, met financiële steun van de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Loterij.

Meer dan dertig jaar lang lokten de molenfeesten en de bijbehorende makraan(27)worpen en molenprinsesverkiezingen honderden mensen naar deze eeuwenoude molenplek. In de beginjaren waren vooral de door allerlei liedjes en anekdotes geanimeerde muldersdagen erg in trek onder de toen nog levende beroepsmolenaars.

Tussen 1979 en 1987 nam Alfred Van den Haute, voorheen molenaar op de watermolen van Erondegem, de windmolen onder zijn hoede.

Op 30 april 1987 werd de kleinzoon van Jérôme en Victorine, Alain Goublomme, eigenaar van de molen. Tot aan haar dood in 2005 waakte Victorine er gelukkig wel over dat de historisch gegroeide band tussen de molenkouter en het kasteel van de familie du Parc-Locmaria niet wordt verbroken.

Tijdens de Openmonumentendag van 1990 brak een versleten, houten molenwiek en in 1991 werd het houten gevlucht door gelaste, stalen wieken vervangen. Molenmaker Roland Wieme en architect Paul Gevers hadden de opdracht daartoe gekregen. De Vlaamse Gemeenschap, de provincie en de gemeente kwamen tegemoet in de kosten.

In 2002 werd weer een nieuwe steenbalk gestoken, werd de achtermolen maalvaardig gemaakt en werden de teerlingen heropgemetseld. De kostprijs van deze ingrijpende werken bedroeg bijna 100.000 euro. Ook nu mochten molenbouwers Roland en Kris Wieme hier de handen uit de mouwen steken. Het bestek werd opgesteld door architecte Sabine Okkerse.

De wieken van de vóór 1750 gebouwde Molen Te Rullegem zijn meer dan 23 meter lang. Op de steenzolder liggen Franse natuurstenen met een diameter van 1,50 meter, waarmee tarwe wordt gemalen, en Zwijnaardstenen voor veevoeder met een diameter van 1,80 meter.

Op de meelzolder staat ook nog een zeskantbuil, waarmee zemelen van de bloem worden gescheiden.

Ten oosten van de molen staat een molensteen die wordt gebruikt als oriëntatietafel. Er staan 12 nog bestaande en al verdwenen windmolens op aangegeven.

Begin 2007 behaalde Johny De Pelseneer zijn diploma van meester-molenaar. Dankzij zijn ruime technische kennis en de onderhouds- en aanpassingswerken die hij uitvoerde, is deze molen in topconditie. Alain Goublomme en Johny De Pelseneer brengen wieken en molenstenen geregeld aan het draaien.

Voetnoten

(1) V. Meyhuys en F. Daelemans, De oudste domeinrekeningen van Herzele 1386-1396, Brussel, 1979

(2) Een beschrijving van een leen

(3) Maurits de Buysscher, Bijdrage tot de geschiedenis van Herzele, 1971

(4) Een door Alva ingevoerde belasting van 5% die de verkoper van onroerend goed moest betalen

(5) Het Gentse mud of 6 zakken was onderverdeeld in 12 halsters. Het omvatte 636 liter of 388 kg rogge. De totale pachtprijs voor de twee Herzeelse molens bedroeg dus 8.109 liter of 4.944 kg. Dat was in die tijd de opbrengst van 4.944:1.400 = 3,53 ha.

(6) RaRonse, Oud Gemeentearchief van Herzele nr. 173, Landboek van Herzele 16de-17de eeuw, folio 93

(7) RaRonse, Oud Gemeentearchief van Herzele nr. 174, Landboek van Herzele 16de-17de eeuw, folio 79°

(8) Christoffel

(9) 50 roeden of een halve dagwand is ongeveer 15 a 40 ca

(10) Maurits de Buysscher, Bijdrage tot de geschiedenis van Herzele, 1971, blz. 376 en 377

(11) Paul Bauters “Eeuwen onder wind en wolken” (1985)

(12) De conjunctuur van een domein/ Herzele 1444-1752 V.U.B., 1981;

(13) Leendenombrement van Lodewijk, prins van Espinoy, voor het leenhof Ten Steene te Aalst

(14) RaRonse, Oud Gemeenterachief van Herzele nr. 143, Landboek 17de-begin 18de eeuw,  folio 46°

(15) Bij elke verandering van pachter werd de waarde van de molen geschat door molenmakers, smeden en timmerlieden

(16) Verzameling Alain Goublomme: prijzij afkomstig uit het archief van het kasteel te Herzele

(17) Deze verkoop werd in het archief van notaris Augustinus Galle te Zottegem niet teruggevonden

(18) Kadastergegevens van Herman Holemans

(19) Verzameling Alain Goublomme uit het archief van het kasteel te Herzele (document in slechte staat)

(20) Kadastergegevens Herman Holemans

(21) RaRonse, notariaat Sebastiaan Jozef de Vuyst (Borsbeke) minuut n° 233 van 1855

(22) RaRonse, notariaat Antonius Theodorus de Vuyst (Borsbeke) minuten nrs. 170, 182, 187, 212, 225 en 235 van 1878

(23) Verzameling Alain Goublomme uit het archief van het kasteel te Herzele

(24) Die zou volgens Herman Holemans† op 19 oktober 1905 de molen als gift hebben gekregen

(25) Volgens Maurits de Buysscher was de zoon Oskar de eigenlijke molenaar en een andere zoon, Fons, was 'ketser' (hij die koren ophaalt en meel terugbrengt).

(26) Algemene voorlopige lijst van de windmolens in Oost-Vlaanderen, 1923

(27) Een makraan is een soort koekje